ECLI:NL:GHSGR:2007:BA3566
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Voortzetting huur afgewezen wegens ontbreken huisvestingsvergunning bij verkoop woning
De zaak betreft een geschil tussen woningstichting Haag Wonen en huurders over de voortzetting van een huurovereenkomst na het overlijden van de oorspronkelijke huurder. Haag Wonen vorderde beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, terwijl de huurders voortzetting van de huur wensten op grond van artikel 7:268 BW Pro.
De huurders woonden sinds 2002 met toestemming in de woning en waren ingeschreven op het adres. Na het overlijden van de oorspronkelijke huurder in 2003, weigerde de gemeente Den Haag een huisvestingsvergunning aan de huurders. De rechtbank wees de vordering van Haag Wonen af en stond voortzetting toe, met het argument dat het vereiste van een huisvestingsvergunning in deze situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kon worden toegepast omdat Haag Wonen de woning wilde verkopen.
Het hof oordeelt anders en stelt dat het vereiste van een huisvestingsvergunning strikt moet worden toegepast, ook bij verkoop van de woning. Omdat de huurders geen vergunning hebben en niet hebben gesteld dat zij de woning wensen te kopen binnen de wettelijke grenzen, moet de vordering tot voortzetting worden afgewezen. Het hof verklaart dat de huurovereenkomst is geëindigd, veroordeelt de huurders tot ontruiming vóór 1 juli 2007 en tot betaling van huur vanaf 1 december 2003. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt afgewezen en huurders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huur.