ECLI:NL:GHSGR:2007:BA2777
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- A.H. de Wild
- S.A. Boele
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding na vrijspraak uitleveringsdetentie
Appellant verbleef van juni 1999 tot februari 2001 in uitleveringsdetentie in Nederland op grond van een uitleveringsverzoek van Portugal wegens verdenking van deelname aan een criminele organisatie en mensenhandel. Na uitlevering verbleef hij in Portugal in voorlopige hechtenis tot zijn vrijspraak in mei 2001.
Appellant vorderde vergoeding van materiële en immateriële schade wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming, stellende dat de voorlopige hechtenis disproportioneel was en de verdenking ten onrechte bestond. De rechtbank wees de vordering af, en het hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de uitleveringsdetentie rechtmatig was, omdat de verdenking door de uitleveringsrechter was getoetst en niet uit het strafdossier bleek dat deze ten onrechte bestond. De enkele omstandigheid van vrijspraak in Portugal is onvoldoende om onrechtmatigheid aan te nemen. Ook de proportionaliteit van de voorlopige hechtenis werd door het hof niet aangetast vanwege de formele rechtskracht van de bevelen tot voorlopige hechtenis.
De vorderingen van appellant werden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige uitleveringsdetentie wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.