ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1939
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Dusamos
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Onwaardigheid erfgenaam opgeheven door ondubbelzinnige vergiffenis na poging tot doodslag
In deze zaak stond de vraag centraal of erflaatster onwaardig was om uit de nalatenschap van de overleden erflater voordeel te trekken, vanwege een poging tot doodslag op de erflater. Appellant voerde aan dat erflater geen testament had gemaakt waarin erflaatster werd begunstigd en dat de relatie tussen partijen slecht bleef.
Het hof oordeelde dat onwaardigheid vervalt indien de erflater de gedraging van de onwaardige ondubbelzinnig vergeeft. Dit kan blijken uit een testament of andere ondubbelzinnige gedragingen. Het hof hechtte daarbij belang aan een strafvonnis waarin partijen aangaven zich te willen herenigen en waarin werd vastgesteld dat zij hun huwelijkse band voortzetten tot aan de dood van erflater.
Het hof stelde vast dat het feit dat derden de relatie negatief beoordeelden niet relevant is. De persoonlijke vrijheid van partijen om hun relatie vorm te geven staat centraal. Gezien deze omstandigheden was er sprake van een ondubbelzinnige vergiffenis, waardoor de onwaardigheid van erflaatster werd opgeheven.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat de onwaardigheid niet werd aangenomen en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de erflaatster niet onwaardig is en veroordeelt appellant in de proceskosten.