ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1533
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- A.A. Schuering
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pensioenrechten werknemer bij beëindiging dienstverband en uitleg SERA-regeling
In deze civiele zaak stond centraal of de werknemer in redelijkheid mocht vertrouwen op de door Unilever verstrekte informatie over zijn pensioenaanspraken, specifiek met betrekking tot de SERA-regeling (Senior Executives Retirement Arrangements). De werknemer had een geschil met Unilever over de pensioenrechten na beëindiging van zijn dienstverband op initiatief van de werkgever, waarbij onduidelijkheid bestond over de toepassing van Engelse of Nederlandse pensioenregelingen.
Het hof oordeelde dat Unilever niet had voldaan aan haar bewijsopdracht om aan te tonen dat de term 'company request' een kunstterm was die alleen bij toepassing van Engels recht gold. De verstrekte pensioeninformatie was niet voorzien van duidelijke waarschuwingen of beperkingen, zodat de werknemer erop mocht vertrouwen dat de genoemde bedragen en voorwaarden van toepassing waren.
Daarnaast werd vastgesteld dat de 1999 SERA Letter en de bijbehorende appendix de pensioenrechten van de werknemer regelden, waarbij de regeling voor vertrek op initiatief van de werkgever tussen 50 en 60 jaar niet expliciet was geregeld, maar redelijkerwijs kon worden afgeleid uit de bestaande bepalingen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Unilever in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Unilever in de kosten van het hoger beroep.