ECLI:NL:GHSGR:2007:BA0360
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Reinking
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Begeleid omgangscontact tussen vader en erkende dochter opgelegd na langdurig conflict
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een vader en zijn in 2002 geboren erkende dochter centraal. De moeder verzet zich tegen omgang, gebaseerd op oude conflicten uit de ex-partnerrelatie en vreest voor de veiligheid van het kind vanwege vermeende agressieproblematiek bij de vader. De moeder weigert aanvankelijk medewerking aan een psychologisch onderzoek door FORA, maar stemt hier later mee in.
De vader wenst directe omgang zonder begeleiding, terwijl de moeder alleen begeleide omgang via het Omgangshuis accepteert. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert begeleide omgang gezien het langdurige contactverbod en de beperkte mogelijkheden voor proefcontacten.
Het hof oordeelt dat er geen actuele contra-indicaties zijn voor omgang en dat het belang van het kind vereist dat zij ook haar vader in haar leven kan opnemen. Gezien het verleden en het feit dat het kind de vader nauwelijks kent, moet de omgang geleidelijk en zorgvuldig worden opgebouwd. Het hof wijst het verzoek tot onderzoek door FORA af en legt een begeleide omgangsregeling op via het Omgangshuis voor ten minste zes maanden, met de verwachting dat ouders daarna in overleg een regeling treffen.
Uitkomst: Het hof legt een begeleide omgangsregeling via het Omgangshuis op tussen vader en dochter, met de verwachting dat ouders daarna in overleg een regeling treffen.