ECLI:NL:GHSGR:2007:BA0354
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Husson
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over alimentatieverplichting en samenwoning als waren zij gehuwd
In deze zaak staat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw centraal. De vrouw voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de onderhoudsplicht op 1 februari 2004 is geëindigd, omdat zij niet samenwoonde met een ander als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW Pro.
Het hof stelt vast dat voor samenwoning als waren zij gehuwd een duurzame affectieve relatie vereist is met wederzijdse verzorging en een gemeenschappelijke huishouding. Omdat de vrouw en haar partner ieder een eigen woning hadden en eigen lasten droegen, is niet voldaan aan deze criteria. Ook de door de man aangevoerde feiten en getuigenverklaringen overtuigen het hof niet van het tegendeel.
De vrouw betwist voorts de betrouwbaarheid van getuigen die de man heeft aangevoerd. Het hof oordeelt dat artikel 1:399 BW Pro niet van toepassing is op ex-partners en dat het beroep op artikel 1:157 BW Pro om de onderhoudsverplichting te matigen of te beëindigen faalt.
Omdat de rechtbank zich niet heeft uitgelaten over de draagkracht van de man en de behoefte van de vrouw, bepaalt het hof dat partijen zich hierover moeten uitlaten en wijst een nadere mondelinge behandeling toe. De zaak wordt aangehouden tot 25 mei 2007.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de alimentatieverplichting blijft bestaan en houdt de zaak aan voor nadere behandeling over behoefte en draagkracht.