ECLI:NL:GHSGR:2007:BA0152
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Dusamos
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Afweging van belangen bij toewijzing huurrecht voormalige echtelijke woning na scheiding
De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin het huurrecht van de voormalige echtelijke woning aan de man werd toegewezen. De vrouw betoogde dat haar belangen zwaarder wegen vanwege haar zorg voor minderjarige kinderen en het feit dat de man de woning vrijwillig heeft verlaten en samenwoont met een nieuwe partner.
De man betwistte deze stellingen en voerde aan dat hij de woning noodgedwongen had verlaten en dat hij niet samenwoont met een nieuwe partner. Hij stelde tevens dat het feitelijk vertrek geen invloed heeft op het huurrecht en dat hij belang heeft bij het verkrijgen van het huurrecht vanwege omgangsregelingen met zijn kinderen uit een eerder huwelijk.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op wisselende adressen verbleef of dat er een omgangsregeling bestond die zijn belang bij het huurrecht zou versterken. De vrouw heeft de zorg voor drie kinderen, waarvan twee minderjarig, en het belang van de kinderen bij een vertrouwde leefomgeving werd zwaar meegewogen. Ook bleek dat de vrouw niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring voor een andere woning.
Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeerde het hof dat de belangen van de vrouw zwaarder wegen en vernietigde de bestreden beschikking voor zover het huurrecht betreft, waarbij het hof het huurrecht aan de vrouw toewijst.
Uitkomst: Het hof wijst het huurrecht van de voormalige echtelijke woning toe aan de vrouw.