ECLI:NL:GHSGR:2007:BA0007
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Reinking
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid niet-wijzigingsbeding en alimentatieovereenkomst na echtscheiding
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot vernietiging van de alimentatieovereenkomst werd afgewezen. Zij stelde dat zij ten tijde van het aangaan van het convenant geestelijk niet in orde was en dat de alimentatieafspraak onredelijk was, mede vanwege een fout in de notariële akte en een te korte looptijd van vijf jaar in plaats van de wettelijke twaalf jaar.
De man voerde verweer dat de overeenkomst bewust en met deskundige bijstand was gesloten, dat er geen sprake was van een wanverhouding en dat het niet-wijzigingsbeding rechtsgeldig was overeengekomen. Hij betwistte de geestelijke toestand van de vrouw en stelde dat er geen ingrijpende wijziging van omstandigheden was.
Het hof oordeelde dat het niet-wijzigingsbeding geldig tot stand was gekomen en dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat zij geestelijk niet in orde was bij het sluiten van de overeenkomst. Tevens was niet gebleken van een ingrijpende wijziging van omstandigheden die wijziging van het beding zou rechtvaardigen. Daarom werden de grieven van de vrouw verworpen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het beroep van de vrouw af, waardoor de alimentatieovereenkomst met het niet-wijzigingsbeding blijft gelden.