ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ7099
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van den Wildenberg
- Reinking
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarig kind naar Italië na langdurig verblijf in Nederland
In deze ontvoeringszaak gaat het om de teruggeleiding van een zesjarig kind naar Italië, waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft. Na langdurig verblijf in Nederland heeft het hof het kind in raadkamer gehoord en vastgesteld dat zij voldoende rijp is om haar mening te laten meewegen.
Partijen hebben geprobeerd via mediation tot een oplossing te komen, maar dit is niet gelukt. Het centrale geschilpunt was of terugkeer naar Italië het kind in een ondraaglijke situatie zou brengen, zoals bedoeld in artikel 13 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
Het hof oordeelde dat het kind geen afwijzende houding heeft tegenover de vader en dat er een goede band bestaat met beide ouders. De vader, die het ouderlijk gezag heeft, kan adequaat voor het kind zorgen. De bezwaren van de moeder, onder meer vanwege civiele procedures in Italië, werden onvoldoende geacht om terugkeer te verhinderen.
Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en gelastte de afgifte van het kind aan de vader binnen een week, met het oog op teruggeleiding naar Italië. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de kosten van de procedure zijn door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof gelast de afgifte van het kind aan de vader binnen een week ter teruggeleiding naar Italië.