ECLI:NL:GHSGR:2007:AZ7093
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Van Nievelt
- Reinking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie voor twee kinderen na beëindiging relatie
In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal voor twee kinderen die niet in gezinsverband met beide ouders hebben geleefd. De moeder vordert alimentatie van de vader, die in hoger beroep gaat tegen een eerdere beschikking van de rechtbank Rotterdam. Het hof bepaalt dat de behoefte van de kinderen mede wordt bepaald door het huidige inkomen van de vader, dat hoger is dan tijdens de relatie.
De behoefte aan alimentatie wordt vastgesteld op €196 per kind per maand, gebaseerd op het netto inkomen van de vader van ongeveer €1.900 per maand. Gezien de geringe draagkracht van de moeder, wordt het volledige eigen aandeel in de kosten van de kinderen aan de vader toegerekend. De draagkracht van de vader wordt berekend op €653 per maand, waarbij het hof rekening houdt met vier kinderen en een draagkrachtpercentage van 60%.
Het hof wijst de grief van de vader af dat geen alimentatie verschuldigd zou zijn vanwege een vermeende afspraak en het ontbreken van samenzijn met de moeder. Ook wordt geen rekening gehouden met omgangskosten of aflossing van schulden, omdat deze niet aannemelijk zijn gemaakt. Uiteindelijk bepaalt het hof de kinderalimentatie op €163 per kind per maand met ingang van 23 december 2005 en compenseert de proceskosten, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt de kinderalimentatie voor twee kinderen op €163 per maand per kind met ingang van 23 december 2005.