ECLI:NL:GHSGR:2007:824
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Verwijzing na Hoge Raad
- M.C.M. van Dijk
- Th.W.H.E. Schmitz
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Verdeling aansprakelijkheid en schade bij val van paard tijdens door manege georganiseerde rit
Op 22 juni 1990 nam appellante deel aan een door de manege georganiseerde rit te paard in het Amsterdamse Bos. Tijdens het passeren van een geparkeerde auto met aanhangwagen haalden inzittenden een oranje bord tevoorschijn, waardoor enkele paarden, waaronder het paard van appellante, schrokken. Dit leidde tot een valpartij waarbij appellante gewond raakte.
Appellante vordert volledige aansprakelijkheid van de manege voor haar schade, gebaseerd op onrechtmatige daad en artikel 1404 BW Pro (oud). De manege erkent risicoaansprakelijkheid maar stelt dat appellante zich bewust heeft blootgesteld aan de risico’s van paardrijden, waardoor een deel van de schade voor haar rekening moet blijven.
Het hof overweegt dat het onberekenbare gedrag van het paard in principe voor rekening van de manege komt, maar dat de aard van de overeenkomst en de omstandigheden, waaronder de beperkte ervaring van appellante en het feit dat zij vrijwillig deelnam, meebrengen dat de schade redelijkerwijs verdeeld moet worden. Gezien de zorgvuldigheid van de manege en het ontbreken van rijfouten bij appellante, wordt de schade gelijkelijk verdeeld.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis, verklaart de manege voor 50% aansprakelijk en veroordeelt haar tot vergoeding van de schade, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De manege is voor 50% aansprakelijk voor de schade van de ruiter na val van het paard.