ECLI:NL:GHSGR:2007:1850
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.K. Welbedacht
- C.M. le Clercq-Meijer
- N.C. van Bellen
- Rechtspraak.nl
Schorsing vervolging wegens ernstige geestelijke stoornis verdachte
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam is vastgesteld dat de verdachte sinds 2001 wordt vervolgd voor meerdere feiten. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf. In hoger beroep werd onder meer betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof oordeelde dat ondanks de overschrijding van de redelijke termijn, het belang van de samenleving bij strafvervolging zwaarder weegt dan het belang van de verdachte bij niet-ontvankelijkheid. Tijdens het hoger beroep is een Pro Justitia rapport overgelegd waaruit blijkt dat de verdachte lijdt aan een vasculaire dementie met ernstige cognitieve beperkingen, waardoor hij niet in staat is de strekking van de vervolging te begrijpen.
Op grond van deze bevindingen concludeert het hof dat sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt de vervolging geschorst. Daarnaast wordt het vonnis van de rechtbank bevestigd met een straf van 6 maanden voorwaardelijk en een geldboete van 5000 euro subsidiariteit 50 dagen hechtenis.
Uitkomst: De vervolging van de verdachte wordt geschorst wegens ernstige geestelijke stoornis.