ECLI:NL:GHSGR:2006:BD5738
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schuurman
- Vierhout
- Van Knobelsdorff
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslag grondwaterbelasting wegens onttrekking grondwater
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor grondwaterbelasting over de periode van 1 maart 2001 tot en met 31 juli 2001, inclusief een boete. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof Amsterdam werd het beroep ongegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
De kern van het geschil betrof de vraag of een deel van het opgepompte water, dat via een defecte gresbuis in de bouwput terugvloog, als grondwater moest worden beschouwd en of er sprake was van een rekenfout in het meetrapport van de Inspecteur. Belanghebbende stelde dat een groot deel van het water niet als grondwater kon worden aangemerkt en dat de aanslag daardoor onterecht was.
Het Gerechtshof oordeelde dat het water dat werd opgepompt via de haalbuis, die zich enkele meters diep in een filterbuis bevond, per definitie grondwater is. Het was daarbij niet relevant of een deel van het water via de defecte gresbuis weer in de bodem was gezakt. De Inspecteur had de vermeende meetfout gemotiveerd weersproken en belanghebbende had dit niet aannemelijk gemaakt. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Het hof wees proceskostenveroordeling af en sprak de uitspraak in het openbaar uit op 10 mei 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag grondwaterbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.