ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ6614
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Geschil over relatiebeding en aandelenoverdracht general manager containerbedrijf
Deze zaak betreft een geschil tussen een voormalig general manager en aandeelhouder van een containerbedrijf (Cetem) en het bedrijf zelf over de naleving van een relatiebeding na beëindiging van de arbeidsovereenkomst en verkoop van aandelen.
De werknemer had zijn aandelen verkocht onder voorwaarden waaronder hij een relatiebeding accepteerde dat hem verbood om gedurende twee jaar na beëindiging van het dienstverband zaken te doen met klanten van Cetem. Na zijn vertrek ging hij werken voor een concurrent, ACC, en Cetem stelde dat hij het relatiebeding had geschonden en daardoor schade had geleden.
Het hof oordeelde dat het relatiebeding niet door dwang of misbruik van omstandigheden tot stand was gekomen en dat de werknemer het beding had overtreden door sporadisch contact met klanten, maar dat Cetem onvoldoende had onderbouwd dat zij daardoor schade had geleden. De markt was transparant en concurrerend, waardoor prijsconcurrentie eerder de oorzaak was van omzetverlies dan schending van het beding.
Verder wees het hof de vorderingen van Cetem af die betrekking hadden op beslagkosten, verklaringen voor recht en exhibitievorderingen wegens onvoldoende grondslag en gebrek aan belang. Het hof veroordeelde Cetem in de proceskosten en vernietigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Cetem af wegens onvoldoende bewijs van schade door overtreding van het relatiebeding.