ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ6566
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- A.A. Schuering
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opzegtermijn en gefixeerde schadevergoeding bij arbeidsovereenkomst oudere werknemer
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en Fortis over de geldigheid van de opzegging van de arbeidsovereenkomst en de hoogte van de gefixeerde schadevergoeding. De werknemer was sinds 1991 in dienst en was op 1 januari 1999 45 jaar of ouder. Na een fusie kwam zijn functie te vervallen en werd hij arbeidsongeschikt.
Fortis had de arbeidsovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn van twee maanden, rekening houdend met toestemming van het CWI, terwijl de werknemer een contractuele opzegtermijn van zes maanden aanvoerde die volgens hem bleef gelden op grond van artikel XXI van de Flexwet. Het hof oordeelde dat de oude opzegtermijn blijft gelden zolang de werknemer bij dezelfde werkgever in dienst is en dat de CAO niet integraal van toepassing was op de arbeidsovereenkomst.
Verder bepaalde het hof dat de opzegging per 1 december 2002 rechtsgeldig was, ondanks de voorwaardelijke opzegging in de brief van 27 juni 2002. Ten aanzien van de gefixeerde schadevergoeding stelde het hof vast dat Fortis een deel van de vergoeding nog moest betalen, namelijk € 3.987,33 bruto, na verrekening van de door Fortis betaalde aanvulling op de WAO-uitkering.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding en veroordeelde Fortis tot betaling van het resterende bedrag, terwijl de overige kosten deels werden toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: Fortis is veroordeeld tot betaling van een gedeeltelijke gefixeerde schadevergoeding van € 3.987,33 bruto met wettelijke rente vanaf 1 december 2002.