ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ6559
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens wanprestatie en toerekenbare tekortkomingen huurder
Partijen sloten in 1981 een huurovereenkomst voor een woning te Rotterdam. De verhuurder stelde dat de huurder de woning zwaar verwaarloosde, niet als hoofdverblijf gebruikte en zijn onderhoudsverplichtingen niet nakwam, wat leidde tot overlast en schade.
De verhuurder sommeerde de huurder meerdere malen om de woning te onderhouden en te bewonen, en stelde hem in gebreke bij uitblijven van reactie. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en schadevergoeding wegens wanprestatie.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof stelde vast dat de huurder toerekenbare tekortkomingen had begaan, zoals onvoldoende onderhoud en het niet melden van gebreken. Het hof oordeelde dat de huurder zich niet als goed huurder had gedragen en ontbond de huurovereenkomst per 1 maart 2007.
Daarnaast werd de huurder veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van de proceskosten van beide instanties. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing door de verhuurder.
Het arrest werd uitgesproken door het hof te ’s-Gravenhage op 22 december 2006.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2007 met veroordeling tot ontruiming en proceskosten.