ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ5788
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- A.V. van den Berg
- A.E.A.M. van Waesberghe
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wateroverlast en zorgplicht hoogheemraadschap Delfland
Appellanten exploiteerden glastuinbouwbedrijven in de polder Noordland binnen het beheergebied van Delfland. Door hevige regenval op 19 september 2001 trad wateroverlast op, waarbij de kassen van appellanten onder water kwamen te staan. Appellanten vorderden schadevergoeding en het treffen van maatregelen, stellende dat Delfland tekort was geschoten in zijn zorgplicht.
De rechtbank wees deze vorderingen grotendeels af, wat appellanten in hoger beroep aanvochten met meerdere grieven. Het hof oordeelde dat Delfland sinds de calamiteit in 1998 voortvarend beleid voerde en maatregelen nam, maar dat de implementatie nog niet voltooid was op het moment van de overlast. De omvangrijke en samenhangende aard van de maatregelen rechtvaardigde uitstel.
Verder stelde het hof dat Delfland een zekere beleidsvrijheid toekomt bij prioritering van maatregelen en dat de waterhuishouding niet berekend hoefde te zijn op de uitzonderlijke regenval van 19 september 2001. Ook werden stellingen over onvoldoende voorbemaling, late reactie op weerberichten en onvoldoende inzet van noodpompen niet bewezen geacht.
De vorderingen tot het treffen van specifieke waterhuishoudkundige maatregelen konden niet bij de burgerlijke rechter worden ingediend, maar moesten via bestuursrechtelijke procedures worden gevolgd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat Delfland niet onrechtmatig heeft gehandeld door het niet tijdig nemen van preventieve maatregelen.