ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ5430
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Vierhout
- Schuurman
- Van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van aanslagen onroerendezaakbelasting ondanks forse stijging
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2005, omdat deze bijna 25% hoger waren dan het voorgaande jaar, wat hij onredelijk vond. De Inspecteur wees het bezwaar af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het gerechtshof.
Het geschil betrof de vraag of de aanslagen terecht waren opgelegd en of de gemeenteraad zijn bevoegdheid had overschreden bij het vaststellen van de tarieven. Belanghebbende stelde dat de forse stijging buiten proportie was en dat hij op grond van uitspraken van een wethouder mocht verwachten dat de stijging ongeveer 3,5% zou bedragen.
Het hof oordeelde dat de WOZ-waarden niet in geschil waren en dat de tarieven volgens de wettelijke bepalingen waren vastgesteld. De belastingrechter is niet bevoegd om over de tariefstelling te oordelen tenzij deze leidt tot willekeur of onredelijkheid die de wetgever niet voor ogen had. Belanghebbende had onvoldoende feiten gesteld om te bewijzen dat de gemeenteraad zijn bevoegdheid had overschreden. Ook kon geen rechtens te beschermen vertrouwen worden ontleend aan de algemene uitspraken van de wethouder.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De forse waardestijging van de woningen van belanghebbende (ongeveer 70%) rechtvaardigde de hogere aanslag. Het hof veroordeelde belanghebbende niet in proceskosten.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aanslagen OZB en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.