ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3111
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek Labohm
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie en draagkrachtberekening vader met nieuwe gezinssituatie
De vader kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank die kinderalimentatie vaststelde voor zijn minderjarige zoon en jong-meerderjarige kind. De moeder verzocht om wijziging van de alimentatie en bijdrage in studie- en levensonderhoud. Het hof oordeelde dat de griffier verantwoordelijk was voor oproeping van belanghebbenden, waaronder de jong-meerderjarige.
De vader betwistte een vermeende inkomensstijging op grond van onjuiste draagkrachtberekeningen, waarbij bedragen gerelateerd aan een tweede woning van zijn echtgenote ten onrechte aan hem werden toegerekend. Het hof stelde vast dat de vader geen eigenaar was van deze woning en liet deze bedragen buiten beschouwing. Er was geen substantiële inkomensstijging van de vader zelf.
Wel achtte het hof een wijziging van omstandigheden aanwezig doordat de vader opnieuw was gehuwd en een nieuw gezin had met vier kinderen. De woonlasten werden daarom niet gelijk verdeeld, maar voor 1/3 aan de vader toegerekend vanwege het hogere inkomen van zijn echtgenote. De draagkracht van de vader werd opnieuw berekend met een maandinkomen van € 2.250 exclusief vakantiebijslag.
Het hof bepaalde dat de vader vanaf 17 februari 2005 tot 14 augustus 2005 € 200 per maand per kind aan alimentatie moest betalen en wees het verzoek van de moeder voor de periode na 14 augustus 2005 af. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling, die uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op € 200 per maand per kind voor de periode 17 februari 2005 tot 14 augustus 2005, het verzoek voor daarna wordt afgewezen.