ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2935
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek
- Labohm
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en positie bruidsschat bij echtscheiding
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank over de verdeling van de huwelijksgemeenschap en het vergoedingsrecht met betrekking tot de bruidsschat. Zij betwist de toedeling van sieraden aan haar onder de voorwaarde dat zij de helft van de waarde aan de man moet betalen, omdat de sieraden niet aan de gemeenschap zijn geschonken maar aan haar persoonlijk. De vrouw biedt aan dit te bewijzen door getuigen te horen.
Het hof overweegt dat de sieraden niet buiten de gemeenschap vallen, omdat er geen bewijs is dat zij onder voorwaarden zijn geschonken. Het feit dat alleen de vrouw de sieraden kan dragen, betekent niet dat deze aan haar zijn verknocht. De sieraden vallen daarom in de huwelijksgemeenschap en worden aan de vrouw toebedeeld onder verrekening van de waarde.
De waarde van de sieraden kan niet worden vastgesteld omdat partijen verschillen over de locatie; het door de man genoemde bedrag wordt niet als uitgangspunt genomen. Het verzoek van de vrouw tot afgifte van de sieraden wordt afgewezen omdat dit tot onnodige vertraging zou leiden, gezien de onvindbaarheid van de sieraden en de noodzaak van uitgebreid onderzoek.
Andere grieven van de vrouw worden niet nader onderbouwd en falen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking met verbeterde motivering en wijst het hoger beroep verder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het verzoek tot afgifte van de sieraden af wegens onnodige vertraging.