ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2449
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek
- Labohm
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder en ontzegging omgang vader met kind
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht betreffende het gezag over hun minderjarige kind, de omgangsregeling en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag en ontzegging van het omgangsrecht aan de vader, alsmede een specifieke verdeling van de gezamenlijke goederen en schulden.
Het hof overweegt dat door het huwelijk gezamenlijk gezag is ontstaan, maar gelet op de communicatieproblemen, het onvindbare verblijf van de vader en zijn agressief gedrag jegens de moeder, is een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk. Daarom wordt het eenhoofdig gezag aan de moeder toegewezen. Het omgangsrecht wordt ontzegd voor onbepaalde tijd vanwege de ernstige nadelige gevolgen voor het kind, waaronder gedrags- en stemmingsproblemen en een onveilige thuissituatie.
Ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wijst het hof het woonschip en de daarbij behorende hypotheekschuld toe aan de vader, onder de verplichting deze lasten zelf te dragen. De overige schulden blijven verdeeld volgens de eerdere beschikking. De door de moeder gevraagde roerende goederen worden aan haar toegewezen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en ontzegt de vader het omgangsrecht met het kind voor onbepaalde tijd.