ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ2085
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Reinking
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht vader voor kinderalimentatie en weigering verlaging
In deze zaak staat de draagkracht van de vader voor het betalen van kinderalimentatie voor vier minderjarige kinderen centraal. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin de kinderalimentatie werd vastgesteld op nihil per 13 juni 2005. Hij verzoekt een bijdrage van €13 per kind per maand met terugwerkende kracht vanaf 5 maart 2003.
De moeder bestrijdt dit en stelt dat de vader onvoldoende gegevens heeft verstrekt om zijn draagkracht te onderbouwen. Tevens wijst zij erop dat de vader omgang met de kinderen ontloopt en dat beslaglegging noodzakelijk was om betalingen af te dwingen. Het hof overweegt dat het belang van de vader om een lagere alimentatie vast te stellen om een hogere Marokkaanse bijdrage te voorkomen niet wordt gerespecteerd.
Het hof oordeelt dat de vader onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn financiële situatie in de periode vanaf 5 maart 2003 tot 30 december 2004, ondanks aanvullende stukken. Ook acht het hof de door de vader genoemde redenen voor het ontbreken van administratie onvoldoende. De eerdere vastgestelde alimentatie van €129 per kind per maand blijft daarom van kracht.
Ten slotte overweegt het hof dat de consumptieve aard van kinderalimentatie niet verandert door verrekening met de gemeente en dat executiemaatregelen het gevolg zijn van het niet betalen door de vader. Het hof verklaart de vader niet-ontvankelijk voor een deel van het beroep en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof verklaart de vader niet-ontvankelijk voor een deel van het beroep en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank inzake kinderalimentatie.