ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ1462
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Postema
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Van Noorle Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waarde in het economische verkeer van bedrijfspand bij staking
Belanghebbende was het niet eens met de door de Inspecteur vastgestelde waarde van een bedrijfspand bij staking, die leidde tot een hogere aanslag inkomstenbelasting. De Inspecteur had de waarde vastgesteld op ƒ 670.000, terwijl belanghebbende uitging van een lagere waarde van ƒ 475.000, gebaseerd op een huurwaarde van ƒ 40.540.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat het pand in matige tot slechte staat verkeerde, met mogelijke asbestverontreiniging en saneringskosten. Diverse biedingen op het pand, variërend van ƒ 40.000 tot ƒ 50.000 per jaar huur, werden besproken, evenals de uiteindelijke verkoop voor ƒ 810.000 na renovatie. Het hof oordeelde dat de door belanghebbende gehanteerde huurwaarde te laag was en dat de Inspecteur's huurwaarde van ƒ 60.000 niet aannemelijk was.
Het hof stelde de waarde in het economische verkeer vast op ƒ 645.000, rekening houdend met de biedingen, de staat van het pand en de saneringskosten. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 221.170. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd het griffierecht vergoed.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige waardebepaling bij staking en benadrukt dat de waarde moet worden vastgesteld op basis van de meest biedende gegadigde en de staat van het pand ten tijde van de staking.
Uitkomst: De waarde in het economische verkeer van het bedrijfspand bij staking is vastgesteld op ƒ 645.000 en de aanslag is dienovereenkomstig verminderd.