ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ1119
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Dusamos
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bevestigt verschoningsrecht huisarts boven waarheidsvinding in familierechtzaak
In deze civiele familierechtzaak stond centraal of een huisarts haar beroepsgeheim en verschoningsrecht mocht inroepen om te weigeren te getuigen over de geestelijke toestand van een overleden patiënt. Appellante, de huisarts, beriep zich op artikel 7:457 BW Pro en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, stellende dat geheimhouding essentieel is voor vrije toegang tot gezondheidszorg.
Geïntimeerden wilden dat de arts zou verklaren of de overledene bij de verkoop van een woning onder invloed van een geestelijke stoornis was, om daarmee de geldigheid van de rechtshandeling aan te vechten. Zij stelden dat het belang van waarheidsvinding zwaarder weegt dan het beroepsgeheim en dat de arts haar geheimhouding reeds had doorbroken.
Het hof oordeelde dat het verschoningsrecht van de arts, mede gezien het algemeen belang van vertrouwelijkheid in de gezondheidszorg, prevaleert boven het belang van de waarheidsvinding in deze zaak. Ook het verstrekken van beperkte informatie aan geïntimeerde sub 1 in het kader van rouwverwerking werd niet gezien als doorbreking van het beroepsgeheim zonder toestemming.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Middelburg en bepaalde dat appellante een beroep op haar verschoningsrecht toekomt voor de feiten die haar als huisarts bekend zijn geworden. Geïntimeerden werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt het verschoningsrecht van de huisarts en vernietigt het vonnis van de rechtbank Middelburg.