ECLI:NL:GHSGR:2006:AY9623
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. van der Klooster
- M. Hooykaas
- H.P.Ch. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Geen bestuurdersaansprakelijkheid voor boedeltekort in faillissement
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellanten hoofdelijk aansprakelijk konden worden gehouden voor het boedeltekort in het faillissement van [X] Beheer B.V. De curator stelde primair kennelijk onbehoorlijk bestuur als grondslag en subsidiair onrechtmatige daad.
Tijdens de comparitie en het verdere geding werd onder meer gedebatteerd over de naleving van de stortingsplicht bij de oprichting van de vennootschap. Appellanten brachten een beschrijving van activa en passiva in, maar konden niet aannemelijk maken dat deze daadwerkelijk waren ingebracht. Ook de vermeende inbreng van goodwill werd niet voldoende onderbouwd met een accountantsverklaring.
Het hof oordeelde dat de verwijten van kennelijk onbehoorlijk bestuur ongegrond waren, mede omdat het verzuim bij de stortingsplicht onvoldoende was om dit aan te nemen en het faillissement waarschijnlijk niet voorkomen had kunnen worden. De curator kon ook geen beroep doen op artikel 2:180 lid 2 BW Pro wegens gebrek aan onderbouwing en onduidelijkheid over het bestuurderschap van appellanten.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van eerste aanleg en wees de vordering van de curator af. De curator werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering van de curator tot bestuurdersaansprakelijkheid wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.