ECLI:NL:GHSGR:2006:AY9308
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.J. van Boven
- J. Kramer
- C.M. le Clercq-Meijer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs schietincident in Den Haag
In hoger beroep heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde schietincident waarbij het slachtoffer in het been werd geraakt. Diverse verklaringen waren niet eensluidend en onvoldoende betrouwbaar om schuld boven redelijke twijfel vast te stellen. Het hof nam tevens technische bevindingen en het ontbreken van bewijs voor medeplegen mee in haar overwegingen.
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het primaire tenlastegelegde en veroordeeld voor het subsidiaire tenlastegelegde, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak de verdachte volledig vrij. De benadeelde partij had een schadevergoeding van €652,25 gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard nu de verdachte werd vrijgesproken.
Het hof oordeelde dat er geen bewijs was dat verdachte zelf heeft geschoten of dat er sprake was van een gezamenlijk plan tot zware mishandeling of doodslag. De verklaringen van getuigen waren tegenstrijdig en beïnvloed door eigen belangen. De verdachte ontkende zelf te hebben geschoten of een wapen bij zich te hebben gehad. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in schadevordering.