ECLI:NL:GHSGR:2006:AY8795
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en reiskostenvergoeding tussen werknemer en werkgever Stamhuis Holland
De werknemer trad in 1991 in dienst bij Stamhuis Holland en werd in 2001 ontslagen. Hij vorderde vakantiegeld, wettelijke verhoging, wettelijke rente en achterstallige reiskostenvergoeding. Stamhuis stelde zich op het standpunt dat verrekening mogelijk was voor kosten zoals accountantskosten, gebruik auto en fiets.
De rechtbank wees een deel van de vorderingen toe en wees verrekening af. In hoger beroep werd de vordering tot reiskostenvergoeding nader beoordeeld. Het hof oordeelde dat de werknemer recht heeft op een lagere vergoeding dan gevorderd, vanwege het privégebruik van een door Stamhuis ter beschikking gestelde auto waarvan de werknemer benzinekosten betaalde.
De vordering tot vergoeding van de fiets werd afgewezen omdat Stamhuis onvoldoende bewijs leverde van een betalingsverplichting. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en formuleerde het dictum opnieuw, waarbij Stamhuis werd veroordeeld tot betaling van € 957,96 bruto en € 2.650 netto aan de werknemer, met wettelijke rente en kostenveroordelingen.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvordering deels toe, kent een redelijke reiskostenvergoeding toe en wijst de vordering tot vergoeding van de fiets af.