ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6451
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek Van den Wildenberg
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling biologische vader wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De man, biologische vader van een in 2004 geboren minderjarige, verzocht het hof om een omgangsregeling en een informatieregeling met betrekking tot het kind vast te stellen. De rechtbank had zijn verzoek eerder afgewezen wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking tussen hem en het kind.
In hoger beroep betoogde de man dat zijn biologische vaderschap en de periode voorafgaand aan en na de geboorte voldoende grond vormen voor een nauwe persoonlijke betrekking, en dat de rechtbank ten onrechte een aanvullende eis stelde omtrent 'family life' zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De ouders stelden dat er geen sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking en dat het belang van het kind bij een stabiele gezinssituatie zonder contact met de man prevaleert.
Het hof oordeelde dat het enkel biologische vaderschap onvoldoende is en dat de man geen bijkomende omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt waaruit een nauwe persoonlijke betrekking blijkt. Het contact tussen man en kind ontbrak volledig; de man heeft het kind nooit gezien en was niet betrokken bij zwangerschap en geboorte. Daarom is de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot omgangs- en informatieregeling.
Het hof benadrukte wel het belang van het kind om te weten van wie zij afstamt en oordeelde dat de ouders het kind hierover moeten informeren en haar in staat moeten stellen contact met de man te hebben, ondanks het ontbreken van een omgangsregeling. De bestreden beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot omgangsregeling en informatieregeling af wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking.