ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6289
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid
De werknemer was sinds 1979 in dienst en had diverse functies bekleed, waaronder directeursfuncties. Vanaf 1997 kampte hij met ernstige rugklachten en burn-out, wat leidde tot meerdere herniaoperaties en een Wao-uitkering. In 2001 werd een mediationtraject gestart met twee voorstellen: voorstel A gericht op re-integratie en zelfstandig ondernemerschap met ondersteuning van de werkgever, en voorstel B waarbij de arbeidsovereenkomst beëindigd zou worden via de kantonrechter.
De werknemer koos uiteindelijk voor voorstel B, in de veronderstelling dat hem een beëindigingsvergoeding zou worden toegekend. Dit bleek niet het geval, mede door vertragingen in de uitvoering van het re-integratieplan en het vertrek van de verantwoordelijke directeur. De werkgever vroeg een ontslagvergunning aan bij de CWI, die werd verleend, waarna het dienstverband werd beëindigd.
Het hof oordeelt dat de werknemer gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een vergoeding bij beëindiging, dat de werkgever onvoldoende duidelijkheid gaf over het ontbreken daarvan, en dat de gevolgen van het ontslag zonder vergoeding voor de werknemer te ernstig zijn in verhouding tot het belang van de werkgever. Het hof vernietigt het eerdere vonnis, verklaart het ontslag kennelijk onredelijk en veroordeelt de werkgever tot betaling van een bruto schadevergoeding van €125.000 en in proceskosten.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het ontslag kennelijk onredelijk en veroordeelt de werkgever tot betaling van een bruto schadevergoeding van €125.000.