ECLI:NL:GHSGR:2006:AY5713
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Van den Wildenberg
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Regeling vermogensrechtelijke betrekkingen en levering voormalige echtelijke woning bij echtscheiding
Partijen zijn in 1972 op huwelijkse voorwaarden getrouwd waarbij alleen een gemeenschap van inboedel bestond. Na hun echtscheiding in 1994 ontstond discussie over de verdeling van het vermogen en de levering van de voormalige echtelijke woning.
De appellant stelde dat de woning niet aan de geïntimeerde geleverd hoefde te worden en dat hij het huis wilde behouden. De geïntimeerde vorderde levering van de woning en een verdeling van het vermogen alsof partijen in gemeenschap van goederen waren gehuwd met peildatum 16 december 1994.
Het hof oordeelde dat de schriftelijke verklaring van de appellant uit 1991 dat het vermogen verdeeld zou worden alsof er gemeenschap van goederen was, bindend is voor de verrekening. De verrekening betreft echter een geldvordering en niet automatisch een rechtstreekse aanspraak op levering van de woning, omdat partijen geen overeenstemming hadden bereikt over de voorwaarden van overdracht.
Het hof achtte het redelijk en billijk dat appellant meewerkt aan overdracht indien geïntimeerde dat wenst. De peildatum voor de waardering van het vermogen is volgens het hof 1 januari 1992, niet de datum van echtscheiding. Het hof stelde geïntimeerde in de gelegenheid te beslissen of zij de woning wil verwerven tegen de waarde op het moment van overdracht, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof stelt geïntimeerde in de gelegenheid de woning te verwerven tegen waarde op overdrachtsmoment en houdt verdere beslissing aan.