ECLI:NL:GHSGR:2006:AY4988
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Reinking
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling vader en jong kind woonachtig in Oekraïne na echtscheiding
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank over het gezag en omgang met zijn minderjarige kind, geboren in 2004 uit een huwelijk in Egypte. De moeder heeft het eenhoofdig gezag gekregen en het kind verblijft sinds 2005 bij de grootmoeder in Oekraïne. De vader verzocht om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling, maar trok het hoger beroep op gezag later in.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd blijft ondanks het verblijf van het kind in Oekraïne, gelet op de Brussel II-Verordening en het feit dat het kind ook de Nederlandse nationaliteit bezit. Het omgangsrecht wordt als fundamenteel erkend, maar de vader wordt verweten het kind zonder medeweten van de moeder naar Egypte te hebben gebracht en daar maandenlang te hebben gelaten, wat een grond voor ontzegging van omgang kan zijn.
Desondanks acht het hof het aannemelijk dat de vader zich bewust is van de gevolgen en dat omgang onder begeleiding kan plaatsvinden. De moeder stemt in met begeleide omgang in Oekraïne en zal de contactgegevens van het kind aan de vader verstrekken. Het hof bepaalt dat de omgangsregeling zal worden vastgesteld met frequentie en duur in onderling overleg tussen ouders, en wijst het verzoek van de moeder tot kostenveroordeling af wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Het hof stelt een begeleide omgangsregeling vast tussen vader en kind in Oekraïne met frequentie en duur in onderling overleg.