ECLI:NL:GHSGR:2006:AY4978
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H.W.J. de Groot
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof verklaart openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens schending goede procesorde bij aanvullend proces-verbaal
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie centraal. De vervolging steunde uitsluitend op de waarneming van één verbalisant en diens echtgenote. Op verzoek van de officier van justitie werd een aanvullend proces-verbaal opgesteld door een andere verbalisant dan de oorspronkelijke, om de waarnemingen te verifiëren.
Echter, deze opdracht werd niet nageleefd: de oorspronkelijke verbalisant was wel degelijk betrokken bij het aanvullend proces-verbaal, terwijl dit niet werd vermeld. Dit leidde tot een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde en frustreerde het recht van de verdediging om het bewijsmateriaal adequaat te toetsen.
De advocaat-generaal verzette zich tegen niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat de inbreuk klein was en dat het recht op verdediging niet was geschaad. Het hof oordeelde echter dat de betrouwbaarheid van het bewijs en de waarheidsgetrouwheid van het proces-verbaal ernstig waren aangetast.
Daarom vernietigde het hof het vonnis waarvan beroep en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte, waarbij het belang van een goede procesorde en objectiviteit in verkeerszaken werd benadrukt.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van de goede procesorde bij het aanvullend proces-verbaal.