ECLI:NL:GHSGR:2006:AY4811
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Niet geschiktheid zus als bewindvoerster vanwege tekortkomingen en praktische belemmeringen
In deze zaak stond het hoger beroep van de zus van een onder bewind gestelde centraal tegen haar ontslag als bewindvoerster door de kantonrechter. Zij voerde aan dat zij naar eer en geweten had gehandeld en dat haar emotionele band met betrokkene een belangrijke rol speelde. Tevens stelde zij dat de rekening en verantwoording niet jaarlijks, maar eens in de twee tot drie jaar hoefde plaats te vinden.
Het hof overwoog dat de zus erkende stukken niet te hebben overgelegd en niet te zijn verschenen op de zitting, wat een gebrek aan bereikbaarheid en onvoldoende uitvoering van haar wettelijke taken impliceert. De emotionele band werd door het hof niet als doorslaggevend beschouwd, omdat bewindvoering primair de vermogensrechtelijke belangen betreft.
De subsidiaire vordering om samen met de Stichting benoemd te worden als bewindvoerder werd afgewezen, omdat de omvang van het bewind gering was en benoeming van meerdere bewindvoerders niet noodzakelijk was voor een goed bewind. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en bevestigde het ontslag van de zus als bewindvoerster.
Uitkomst: Het hof bevestigt het ontslag van de zus als bewindvoerster en wijst haar verzoek tot herbenoeming af.