ECLI:NL:GHSGR:2006:AY3825
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Dusamos
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek biologische vader wegens onrust voor kind
De man, biologische vader van een in 2002 geboren dochter uit een affectieve relatie met de moeder, verzocht om een omgangsregeling. De moeder erkende de relatie en zwangerschap, maar betwistte dat er sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking en stelde dat omgang niet in het belang van het kind was vanwege spanningen en onwetendheid van het kind over de vader.
Het hof stelde vast dat de man gedurende de zwangerschap en daarna blijk gaf van betrokkenheid en interesse, waardoor hij ontvankelijk werd verklaard in zijn verzoek. Echter, het hof oordeelde dat directe omgang op dit moment niet in het belang van het kind is omdat het tot aanmerkelijke onrust in het gezin van de moeder zou leiden.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking voor zover nodig en wees het verzoek van de man af, met het oog op het welzijn van de minderjarige dochter. Het hof liet de mogelijkheid open dat omgang in de toekomst, na voorbereiding van de gezinsleden, alsnog mogelijk kan zijn.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn dochter wordt afgewezen vanwege de aanmerkelijke onrust die omgang zou veroorzaken.