ECLI:NL:GHSGR:2006:AY0150
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Van Noorle Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde voor rendementsgrondslag recreatiewoning op erfpachtgrond
Belanghebbende bezit een recreatiewoning op erfpachtgrond en betwist de waardering van deze woning in de rendementsgrondslag van de inkomstenbelasting. De Inspecteur heeft de waarde vastgesteld op basis van de WOZ-waarde per 1 januari 1999, zonder aftrek van de gekapitaliseerde erfpachtcanon. Belanghebbende stelt dat dit leidt tot dubbele belastingheffing en dat bij medebewoners lagere waarderingen zijn toegepast, waardoor het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, maar het Gerechtshof volgt dit niet. Het Hof oordeelt dat artikel 5.20 Wet IB 2001 van toepassing is, waarbij bewust is gekozen voor waardering op basis van de WOZ-waarde, ook als deze afwijkt van de economische waarde. Het beroep op artikel 5.22 Wet IB 2001 (aftrek erfpachtcanon) faalt omdat deze niet van toepassing is in deze situatie.
Verder stelt het Hof vast dat de Inspecteur in de meerderheid van de gevallen binnen zijn ambtsgebied de WOZ-waarde juist toepast, zodat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de uitspraak op bezwaar van de Inspecteur gehandhaafd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde per 1 januari 1999 terecht is gebruikt voor de rendementsgrondslag van de recreatiewoning op erfpachtgrond.