ECLI:NL:GHSGR:2006:AX7240
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- J.H.W. de Planque
- M.A.F. Tande Sonnaville
- Rechtspraak.nl
Bewijsvereisten en nietigheid bij colportagekoopovereenkomst volgens artikel 24 lid 1 Colportagewet
In deze zaak is Exakta in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de rechtbank Dordrecht waarin werd geoordeeld dat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 24, lid 1 van de Colportagewet. Deze wet vereist dat bij een door colportage tot stand gekomen koopovereenkomst twee gelijkluidende exemplaren worden ondertekend en dat de koper onmiddellijk na ondertekening een exemplaar ontvangt.
Exakta voerde aan dat de ondertekening van passages in de overeenkomst, waaronder een verklaring dat de koper een exemplaar had ontvangen, voldoende bewijs vormde. Het hof oordeelde echter dat de wetgever de koper een verregaande bescherming wil bieden en dat daarom zware eisen aan het bewijs worden gesteld. De verklaring in kleine letters in de onderhandse akte was onvoldoende om te bewijzen dat aan de wettelijke voorschriften was voldaan.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat Exakta niet aan haar bewijslast had voldaan en dat de overeenkomst op grond van niet-naleving van artikel 24, lid 1 Colportagewet nietig is. De bestreden vonnissen werden bekrachtigd en Exakta werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en oordeelt dat Exakta niet heeft bewezen dat aan de vormvoorschriften van artikel 24 lid 1 Colportagewet is voldaan, waardoor de overeenkomst nietig is.