ECLI:NL:GHSGR:2006:AX6297
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst na overlijden huurder en ontruimingsverplichting van erven
SVWM verhuurde een woning aan [huurder], die op 29 maart 2004 overleed. Volgens artikel 7:268 BW Pro eindigde de huurovereenkomst per 31 mei 2004, omdat er geen personen waren die de huur voortzetten. De woning was bij overlijden nog niet ontruimd en de boedel bevond zich nog in de woning.
SVWM dagvaardde de erven van de overleden huurder om de woning te ontruimen en stelde dat de huurovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd. De rechtbank wees de vorderingen af wegens gebrek aan belang, waarop SVWM hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat de nalatenschap door de minderjarige erfgenamen beneficiair was aanvaard, waardoor zij verplicht zijn de nalatenschap te vereffenen, inclusief ontruiming.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde SVWM in het gelijk. De erven werden hoofdelijk veroordeeld om binnen twee weken na betekening van het arrest de woning te ontruimen en in goede staat aan SVWM op te leveren. Tevens werden zij veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst is geëindigd per 31 mei 2004 en de erven zijn hoofdelijk veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken.