ECLI:NL:GHSGR:2006:AW5258
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over onrechtmatige inbreuk op woonrecht door beveiligde bewoning in appartement
De Staat kocht een appartement in een gebouw waar meerdere bewoners wonen en richtte dit in als extra beveiligde woning (ebw) voor een beveiligde persoon. Bewoners klaagden over overlast en vooral over gevoelens van onveiligheid vanwege het risico op een aanslag op de bewoner van de ebw. De voorzieningenrechter wees hun vorderingen af, maar het hof stelde vast dat de bewoners zich terecht onveilig voelen binnen hun eigen woning en dat dit een ernstige inbreuk vormt op hun woonrecht zoals beschermd door art. 8 EVRM Pro.
Het hof oordeelde dat de Staat geen wettelijke grondslag heeft voor deze inbreuk en dat de belangen van de bewoners zwaarder wegen dan het belang van de Staat om de beveiligde persoon in het appartement te huisvesten. Hoewel de Staat bereid was maatregelen te treffen en schade te vergoeden, is het risico op een aanslag en de daarmee gepaard gaande onveiligheid onvoldoende weggenomen. De Staat heeft onvoldoende gemotiveerd waarom huisvesting in dit specifieke appartement noodzakelijk is.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en gelastte de Staat om binnen vier maanden de bewoning door de beveiligde persoon te beëindigen. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gebaseerd op de specifieke omstandigheden en de identiteit van de beveiligde persoon; het is niet uitgesloten dat bij andere bewoners een andere beoordeling geldt.
Uitkomst: De Staat is gelast binnen vier maanden de bewoning van het appartement door de beveiligde persoon te beëindigen wegens onrechtmatige inbreuk op het woonrecht van medebewoners.