ECLI:NL:GHSGR:2006:AW4863

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
26 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
400-R-05
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dusamos
  • Pannekoek-Dubois
  • Fockema Andreae-Hartsuiker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een minderjarige dochter

De zaak betreft een hoger beroep over de vaststelling van het vaderschap van een minderjarige dochter, geboren op een specifieke datum. De moeder had het vaderschap van de heer Belanghebbende ontkend en verzocht om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de heer X, met wie zij samenwoont.

De rechtbank had eerder de ontkenning van het vaderschap van de heer Belanghebbende gegrond verklaard en de inschrijving daarvan in de registers bevolen. De beslissing over het vaderschap van de heer X werd aangehouden totdat de ontkenning was ingeschreven.

Er is DNA-onderzoek verricht door een deskundige in samenwerking met het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst. Het rapport concludeerde met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de heer X de biologische vader is.

Het hof heeft op basis van dit rapport en het ontbreken van tegenbewijs het verzoek van de moeder en de instemming van de heer X gehonoreerd en het vaderschap van de heer X vastgesteld. Het hof draagt de griffier op dit binnen drie maanden na uitspraak te registreren in de burgerlijke stand. Er is geen cassatie ingesteld tegen deze beschikking.

Uitkomst: Het hof stelt vast dat de heer X de biologische vader is van de minderjarige dochter en draagt op dit in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand.

Uitspraak

Uitspraak : 26 april 2006
Rekestnummer : 400-R-05
Rekestnr. rechtbank : F2 RK 04-1503
GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE
FAMILIEKAMER
B e s c h i k k i n g
in de zaak van
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam,
zetelend te Rotterdam,
verzoeker in hoger beroep, tevens verweerder in het incidentele beroep,
hierna te noemen: de ambtenaar,
procureur mr. R.Th.R.F. Carli,
tegen
[verweerster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep, tevens appellante in het incidentele hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
procureur mr. M.R. Mantz.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
1. [belanghebbende]
wonende te [woonplaats] ,
2. mr. R.A Felix,
in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over de hierna te noemen minderjarige [kind] ,
kantoorhoudende te Rotterdam,
hierna te noemen: de bijzondere curator.
VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
Het hof verwijst naar de in deze zaak op 14 december 2005 gegeven tussenbeschikking. Daarbij is de bestreden beschikking van de rechtbank te Rotterdam van 8 december 2004 vernietigd, en voor zover thans nog van belang, het verzoek van de moeder tot ontkenning van het vaderschap van de heer [belanghebbende] van [kind] , de op [geboortedatum] te [geboorteplaats] geboren dochter van de moeder, gegrond verklaard met de last aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam deze beschikking in zoverre in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand door middel van een latere toevoeging aan de geboorteakte van [kind] en deze in zoverre te verbeteren. Voorts is de beslissing ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [x] van [kind] aangehouden tot na de inschrijving van de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de heer [belanghebbende] in de registers van de burgerlijke stand als hierboven vermeld. Voorts is een DNA-onderzoek gelast ter beantwoording van de vraag of heer [x] voormeld de verwekker van [kind] kan zijn en zo ja, met welke mate van waarschijnlijkheid, met benoeming van mevrouw dr. G.G. de Lange tot deskundige, in samenwerking met het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst, afdeling bloedgroepengenetica te Amsterdam.
Op 7 februari 2006 is het rapport van de deskundige bij het hof ingekomen. Volgens dit rapport is de heer [x] met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de (biologische) vader van [kind] , geboren op [geboortedatum] . Dit rapport is door het hof opgestuurd aan mr. Carli, de heer [belanghebbende] , de bijzondere curator en het openbaar ministerie bij brieven van 22 maart 2006.
Op 6 april 2006 is bericht ingekomen van de griffier van de Hoge Raad, dat van voormelde beschikking geen cassatie is ingesteld.
Op 11 april 2006 is een schrijven van de ambtenaar ingekomen, met als bijlage afschriften van de geboorteakte van [kind] , en de akte van de latere vermelding betreffende de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van [belanghebbende] , welke laatste akte is opgemaakt op 11 april 2006.
Op 13 april 2006 is een brief ingekomen van mr. I. Petkovski, advocaat van de moeder, met het verzoek een eindbeschikking te geven omtrent de vaststelling van het vaderschap van [x] . Van de andere partijen is geen reactie ingekomen.
VERDERE BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTE-LE HOGER BEROEP
Op grond van het voorgaande ligt het verzoek van de moeder, waarmee de heer [x] heeft ingestemd, tot de gerechtelijke vaststelling, dat de heer [x] , met wie de moeder in gezinsverband samenwoont, de verwekker is van de op [geboortedatum] uit de moeder geboren dochter, voor toewijzing gereed.
BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTE-LE HOGER BEROEP
Het hof:
stelt vast, dat [x] , geboren op [geboortedatum] , de verwekker is van [kind], geboren op [geboortedatum] ;
draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - voorzover daartegen geen cassatie is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rotterdam.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Dusamos, Pannekoek-Dubois en Fockema Andreae-Hartsuiker, bijge-staan door mr. Arnbak-d'Aulnis de Bourouill als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 26 april 2005.