ECLI:NL:GHSGR:2006:AV5137
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A. Dupain
- A.V. van den Berg
- G. Dulek-Schermers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen conservatoir beslag wegens gegronde vrees voor verduistering
In deze zaak vordert appellant de opheffing van conservatoir beslag dat GB Vastgoed op zijn woning heeft gelegd in verband met onbetaalde facturen voor bouwwerkzaamheden. De voorzieningenrechter wees de vordering af omdat er volgens hem een gegronde vrees voor verduistering bestond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het verlof voor het beslag onterecht was verleend omdat in het beslagrekest slechts sprake was van vrees voor verduistering en niet van gegronde vrees, zoals vereist volgens art. 711 en Pro 725 Rv. Het hof nam aan dat in het beslagrekest inderdaad alleen vrees was vermeld en geen gegronde vrees.
Het hof oordeelde dat het niet gaat om het gebruik van het woord 'gegrond', maar om het aantonen van feiten en omstandigheden die de vrees voor verduistering rechtvaardigen. GB Vastgoed had onvoldoende feiten aangevoerd die de vrees voor verduistering onderbouwden. Het enkele vermoeden dat appellant mogelijk vermogensbestanddelen zou onttrekken was onvoldoende.
Daarom vernietigde het hof het bestreden vonnis en veroordeelde GB Vastgoed om binnen veertien dagen het beslag op te heffen, onder dreiging van een dwangsom. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op de woning van appellant wordt opgeheven wegens onvoldoende gegronde vrees voor verduistering.