ECLI:NL:GHSGR:2005:AU7279
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrek rente en kosten eigen woning bij bezit van twee woningen
Belanghebbende is gehuwd en woont sinds 1992 in een woning aan de a-straat 1 te Z. In 2002 bezat hij twee woningen: een aan de b-straat 1 en een aan de c-straat 1 te S. De woning aan de b-straat 1 was te klein en werd verkocht. De woning aan de c-straat 1 werd gekocht met de intentie deze als eigen woning te gebruiken. De makelaar B, tevens zwager van belanghebbende, bemiddelde bij de aan- en verkoop van de woningen.
De Inspecteur weigerde de aftrek van rente en kosten van de woning aan de c-straat 1 in 2002 omdat deze volgens hem niet als eigen woning kon worden aangemerkt. Belanghebbende stelde dat hij de woning bestemde als eigen woning, mede vanwege de zorg voor een kind met ADHD en de wens om in S te gaan wonen.
Het hof acht de verklaringen van belanghebbende en zijn zwager geloofwaardig en oordeelt dat aan de voorwaarden van artikel 3.111 lid 3 Wet IB 2001 is voldaan, waardoor de woning aan de c-straat 1 in 2002 als eigen woning moet worden aangemerkt. De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 24.128. Tevens veroordeelt het hof de Inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan op 7 september 2005 na mondelinge behandeling op 24 augustus 2005. Belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De woning aan de c-straat 1 wordt als eigen woning aangemerkt en de aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 24.128.