ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3913
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. De Wild
- C.G. Beyer-Lazonder
- L.F.A. Husson
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof matigt concurrentiebedingen advocaten tot relatiebedingen na belangenafweging
Twee advocaat-medewerkers hadden in hun arbeidsovereenkomsten concurrentiebedingen die hen beperkten om na beëindiging van hun dienstverband als advocaat in Zeeland werkzaam te zijn of voor cliënten van het advocatenkantoor te werken. Zij vorderden vernietiging of matiging van deze bedingen op grond van artikel 7:653 BW Pro en de Mededingingswet.
De rechtbank had geoordeeld dat een matiging tot een relatiebeding van één jaar voldoende was om de belangen van het advocatenkantoor te beschermen. Het hof bevestigt dit oordeel na uitgebreide belangenafweging. Het hof overweegt dat de advocaat-medewerkers al geruime tijd zijn uitgesloten van bedrijfsvoering en geen toegang meer hebben tot actuele bedrijfsgevoelige informatie.
Het hof oordeelt dat het concurrentiebeding niet volledig gehandhaafd kan blijven, maar dat een relatiebeding die zich beperkt tot cliënten die de werknemers in de twee jaar voorafgaand aan het einde van het dienstverband hebben bediend, redelijk is. De primaire en subsidiaire vorderingen van de advocaat-medewerkers worden afgewezen, het concurrentiebeding wordt gedeeltelijk vernietigd en gematigd tot een relatiebeding van één jaar.
De proceskosten worden verdeeld, waarbij het advocatenkantoor wordt veroordeeld in de kosten van eerste aanleg en het principaal appèl, en de advocaat-medewerkers in de kosten van het incidenteel appèl. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof matigt de concurrentiebedingen tot relatiebedingen van één jaar en wijst de overige vorderingen af.