ECLI:NL:GHSGR:2005:AT9541
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kramer
- De Groot
- Van Dissel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verdachte voor onzedelijk betasten minderjarige meisjes tijdens scoutingvaartochten
De verdachte, schipper van een schip dat gebruikt werd voor scoutingvakantievaartochten, heeft zich over een periode van ongeveer vier jaar schuldig gemaakt aan het onzedelijk betasten van meerdere minderjarige meisjes die deelnamen aan deze vaartochten. Het hof achtte de verklaringen van de aangeefsters betrouwbaar en bewezenverklaarde de tenlastegelegde feiten.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding niet voldeed aan de eisen, dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard en dat de verklaringen van de aangeefsters onwaar waren. Deze verweren werden door het hof verworpen. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie terecht vervolging instelde en dat de verdachte strafbaar was.
De straf werd bepaald op een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden deels toegewezen, waarbij het hof een bedrag van EUR 250,- per slachtoffer toekende als voorschot op immateriële schade. Materiële schadevorderingen werden niet-ontvankelijk verklaard en kunnen bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Het hof bepaalde dat de verdachte de schadevergoedingen aan de Staat moest betalen ten behoeve van de slachtoffers, waarbij bij niet-betaling hechtenis voor vijf dagen per slachtoffer wordt opgelegd. De straf zal niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden en gedeeltelijke toewijzing van schadevergoedingen aan slachtoffers.