ECLI:NL:GHSGR:2005:AT8640
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Toepassing foutenleer bij correctie vervangingsreserve in inkomstenbelasting
Belanghebbende exploiteerde een praktijk en vormde in 1994 een vervangingsreserve van ƒ 85.000 bij verkoop van de helft van zijn praktijk. Deze reserve was tot eind 2000 op de balans opgenomen, maar werd in 2001 ten onrechte vrijgevallen ten gunste van privé. De Inspecteur corrigeerde dit door de reserve in 2001 tot de winst te rekenen en paste de foutenleer toe nadat een navorderingsaanslag over 1998 was ingetrokken wegens gebrek aan nieuw feit.
Belanghebbende betoogde dat de correctie in 2001 niet mogelijk was omdat navordering over 1998 niet meer kon en dat toepassing van de foutenleer in strijd is met rechtszekerheid en beginselen van behoorlijk bestuur. De Inspecteur stelde dat herstel van de fout volgens de Hoge Raad in een dwingende volgorde moet plaatsvinden, waarbij de foutenleer mag worden toegepast als navordering niet mogelijk is.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur terecht de foutenleer toepast om de fout te herstellen, waarbij de vervangingsreserve in 2001 in de winst wordt betrokken. Dit is geen navordering maar volgt uit het beginsel van balanscontinuïteit en is niet in strijd met rechtszekerheid. Ook is geen sprake van schending van vertrouwens- of zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toepassing van de foutenleer bij correctie van de vervangingsreserve in 2001.