ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6914
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen aanslag vennootschapsbelasting wegens onvoldoende bewijs niet opgenomen vakantiedagen
Belanghebbende, X B.V., maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 1999 waarbij een correctie werd toegepast op de winst door de Inspecteur. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende terecht een voorziening had gevormd voor niet opgenomen vakantiedagen van haar directeur en werknemers.
Belanghebbende stelde dat de directeur gemiddeld tien vakantiedagen per jaar niet had opgenomen en dat deze dagen konden worden meegenomen of uitbetaald. Zij baseerde dit op een schatting en deels onvolledige agenda's. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat vakantiedagen vervallen en dat er onvoldoende bewijs was voor een verplichting.
Het Hof oordeelde dat de bewijslast bij belanghebbende lag om aannemelijk te maken dat er een verplichting tot het vormen van een voorziening bestond. Gezien de onvolledigheid van de agenda's en de betwisting door de Inspecteur was dit niet voldoende aangetoond. Ook werd bevestigd dat voor fiscale doeleinden geen onderscheid wordt gemaakt tussen directeur-grootaandeelhouder en gewone werknemers.
Daarom verklaarde het Hof het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag zoals vastgesteld door de Inspecteur. Tevens wees het Hof een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1999 wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor een verplichting tot een voorziening vakantiedagen.