ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6536
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt fiscale kwalificatie reis als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van Holding B.V., maakte samen met zijn echtgenote in 1997 en 1999 reizen die door de vennootschap werden georganiseerd. De Inspecteur kwalificeerde de waarde van deze reizen als een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang en legde een navorderingsaanslag op. Belanghebbende stelde dat de reizen zakelijk waren en dat de waarde niet als loon uit dienstbetrekking mocht worden aangemerkt.
Het hof stelde vast dat de reizen een overwegend toeristisch karakter hadden en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de reizen een zakelijk doel dienden. Tevens werd gewezen op het ontbreken van gevraagde bewijsstukken die de zakelijke aard zouden ondersteunen. De deelname van de echtgenote werd eveneens niet als zakelijk erkend.
Het hof concludeerde dat het voordeel uit de reizen is toe te rekenen aan de aanmerkelijk belanghouderspositie van belanghebbende en niet aan zijn dienstbetrekking. Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard.