ECLI:NL:GHSGR:2005:AT5498
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- Husson
- Van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring ontslag op staande voet wegens onvoldoende bewijs en toekenning achterstallig loon
De werkneemster trad op 19 juni 2001 in dienst als verkoopster bij de werkgever. Op 16 februari 2002 werd zij op staande voet ontslagen wegens vermeend kastekort en niet goed functioneren. De werkneemster maakte bezwaar tegen het ontslag en vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag en opgebouwde vakantiedagen.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof stelde vast dat het bewijs voor het kastekort en diefstal onvoldoende was. Getuigenverklaringen toonden aan dat de werkneemster haar zakken had geleegd zonder dat er geld werd gevonden. Ook was onvoldoende gesteld over het niet goed functioneren.
Het hof verklaarde het ontslag nietig en veroordeelde de werkgever tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld en vakantiedagen, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 10%. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag, vakantiedagen en proceskosten.