ECLI:NL:GHSGR:2005:AT3002
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Wild
- Beyer-Lazonder
- Van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid werkgever en verhuurder cementpomp bij arbeidsongeval
Op 30 mei 1995 kreeg een werknemer tijdens werkzaamheden met een gehuurde cementpomp cement in zijn linkeroog, wat leidde tot een langdurige medische behandeling en onduidelijkheid over volledig herstel. De werknemer stelde zijn werkgever aansprakelijk, die verzekerd was bij Zurich. Na faillissement van de werkgever werden rechten uit de verzekering aan de werknemer gecedeerd.
De rechtbank stelde de werkgever aansprakelijk en veroordeelde de verhuurder van de cementpomp om voor haar rekening te nemen en aan Zurich te voldoen wat Zurich aan de werknemer moest betalen. Van der Hoek, de verhuurder, ging in hoger beroep en voerde onder meer bewijsnood en eigen schuld aan.
Het hof verwierp de grieven van Van der Hoek. Het stelde vast dat Van der Hoek onvoldoende had gedaan om het gebruik van een niet-staalkoordbewapende slang voor cementtransport te voorkomen, dat dit gebruik als normaal moest worden beschouwd, en dat de werkgever onvoldoende veiligheidsmaatregelen had genomen. Van der Hoek werd aansprakelijk gehouden voor haar aandeel in de schade, maar het hof beperkte haar bijdrage tot 70%, waarbij de werkgever de resterende 30% draagt.
De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest bevestigt de zorgplicht van verhuurders en werkgevers bij het gebruik van gevaarlijke werktuigen en benadrukt de verdeling van aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen.
Uitkomst: Van der Hoek is voor 70% aansprakelijk voor de schade van het arbeidsongeval met de cementpomp.