ECLI:NL:GHSGR:2005:AT1796
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schuurman
- Vierhout
- Vink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde onroerende zaak en aanslagen onroerende zaakbelastingen na sloop en nieuwbouw
Belanghebbende, een besloten vennootschap, betwistte de door de Inspecteur vastgestelde waarde van een onroerende zaak gelegen aan a-straat 1 CA te Den Haag voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004. De waarde was bepaald op basis van de waardepeildatum 1 januari 1999, maar naar de toestand van 1 januari 2001, waarbij rekening werd gehouden met de sloopkosten van het slooppand dat op dat moment aanwezig was.
Belanghebbende stelde dat de waarde nihil zou moeten zijn vanwege het verliesgevende project, de lange vertraging door de gemeente Den Haag in het verlenen van een bouwvergunning en de onzekerheid over de huurprijzen van de nieuw te bouwen appartementen. Het hof wees deze stellingen af, mede omdat belanghebbende geen overtuigend bewijs had geleverd en geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om getuigen te horen.
De Inspecteur had de waarde onderbouwd met een taxatieverslag en een adviesrapport, waarbij een lagere vierkante meterprijs dan gebruikelijk was gehanteerd vanwege onzekerheden. Het hof achtte de waardebepaling aannemelijk en oordeelde dat de aanslagen onroerende zaakbelastingen terecht waren opgelegd. Ook stelde het hof dat de stelling dat de aanslagen onredelijk zouden zijn en dat het Eerste Protocol van het EVRM was geschonden, feitelijk ongegrond was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak werd op 16 maart 2005 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de waardebepaling en aanslagen is ongegrond verklaard.