ECLI:NL:GHSGR:2005:AS9355
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Kok
- Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Geschil over economische eigendom en bewoning woning na overdracht
In deze zaak staat het geschil centraal over de (economische) eigendom van een woning die door de erflaatster werd bewoond. Appellanten betwistten de geldigheid van de overdracht van de economische eigendom aan geïntimeerde, stellende dat niet aan de wettelijke vereisten was voldaan. Het hof oordeelde dat de overdracht plaatsvond vóór de inwerkingtreding van artikel 3:94 BW Pro en beoordeelde de geldigheid aan de hand van het destijds geldende artikel 668 BW Pro, waardoor de overdracht rechtsgeldig was.
Verder werden grieven over de nietigheid van latere akten en over de vermeende zorgverplichting van geïntimeerde jegens de moeder van appellanten verworpen. Ook het beroep op onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking wegens het zonder titel bewonen van de woning werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
In het incidenteel hoger beroep werd onder meer de wijziging van de eis door geïntimeerde geaccepteerd. Het hof bevestigde dat geïntimeerde gerechtigd is tot de economische eigendom van de woning en dat de onverdeelde helft die zij bezit niet tot de nalatenschap behoort. De benoeming van de boedelnotaris werd vernietigd en vervangen door een andere notaris. De kosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis behalve voor de benoeming van de boedelnotaris, die wordt vervangen; verder wijst het hof de grieven van appellanten af.